Requiem in Koningshoeven 2025

Aanvulling op het programmaboek

Componisten

Jo Sporck

Jo Sporck deed met zijn muziek voor het eerst van zich spreken begin jaren tachtig met de uitvoering van zijn eerste orkestwerk tijdens de Internationale Gaudeamus Muziekweek. Daarna volgden uitnodigingen van internationale muziekfestivals en was er in 1988 een eerste soloportret van zijn kamermuziek in de concertzaal van de Unie van Sovjetcomponisten in Moskou. In die stad maar ook in andere Russische steden waaronder Sint-Petersburg, Kostroma, Kazan en Astrachan klonk zijn muziek tot aan de bezetting van de Krim in 2014.

Inmiddels omvat zijn oeuvre honderdvijftig opusnummers waaronder veel kamermuziek en werken voor orkest en koor. Uitvoeringen van deze koorwerken waren er in Seattle, New York (Gregg Smith Singers), Moskou, Den Bosch en Amsterdam (Capella Amsterdam). 

Recent schreef NRC-recensent Joep Stapel over Into silence voor orkest en piano: … wat me hoop geeft voor de toekomst van klassieke muziek was een concert van Jo Sporck …. Ik werd onverhoeds van mijn sokken geblazen … een verpletterende verrassing.

Geluidsfragmenten en meer informatie over zijn werk is te vinden op de  www.sporck.nl van Stichting Sporck.

Matijs de Roo

Matijs de Roo
Matijs de Roo

Matijs de Roo (1977) studeerde compositie bij David Rowland en klassiek piano bij Benno Pierwijer en Cristo Illiev aan het conservatorium van Enschede. In 2002 studeerde hij af als pianist en vervolgde zijn compositielessen aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag bij Diderik Wagenaar en Martijn Padding. 

Na zijn afstuderen in Den Haag volgde hij de masteropleiding bij Klaas de Vries aan het conservatorium van Rotterdam. Bij zijn eindexamen in 2005 behaalde hij zijn diploma Cum Laude en ontving hij een “Speciale Prijs voor Compositie”. Tijdens zijn studie nam hij deel aan verschillende compositiecursussen en masterclasses. Op het festival Voix Nouvelles werd hij geselecteerd om in Canada te studeren bij de Franse componist Pascal Dusapin. De afgelopen jaren werkte hij samen met blokfluitist Erik Bosgraaf, voor wie hij een groot aantal werken componeerde. Erik Bosgraaf won in 2011 de Nederlandse muziekprijs. Voor deze bijzondere gelegenheid componeerde de Roo “Im grossen Schweigen”, een dubbelconcert voor blokfluit, viool en orkest uitgevoerd door Erik Bosgraaf, Gordan Nikolic en het Nederlands Kamerorkest. “Im grossen Schweigen” is geselecteerd voor de “BUMA-Toonzettersprijs 2012” en werd tijdens het Holland Festival uitgevoerd door het Residentie Orkest. Zijn muziek is uitgevoerd in diverse landen buiten Nederland, door diverse ensembles en orkesten. In 2000 won De Roo de NOG- jonge componistenprijs voor zijn orkestwerk Lines concerning the unknown soldier, uitgevoerd door het Nederlands Balletorkest in Amsterdam.

Hugo Distler

Hugo Distler

Hugo Distler (1908 – 1942) was een gevoelige jongen en een van de belangrijkste vernieuwers van de Lutherse kerkmuziek. Hij was het buitenechtelijk kind van een fabrikant en een naaister. Zijn moeder trouwde snel (niet met de fabrikant) en vertrok naar Amerika. De kleine Hugo werd overgelaten aan zijn grootouders en had daar geen prettige jeugd. Hij vluchtte in de piano en nam lessen muziektheorie en muziekgeschiedenis tijdens zijn middelbareschooltijd. Daarna studeerde hij piano, orgel en compositie aan het conservatorium van Leipzig.

Distler verdiepte zich vooral in polyfone muziek uit de renaissance en barok (Schütz, Bach) en gebruikte zijn inzichten voor eigen composities. Die schreef hij onder meer voor de koren die hij dirigeerde.
Hij kreeg steeds vaker te maken met repressie van de nationaal-socialistische autoriteiten. Die hadden weinig op met moderne muziek (‘als ik het woord “cultuur” hoor, trek ik meteen mijn pistool’, schijnt Goebbels ooit gezegd te hebben) en godsdienst. Zijn werk werd een paar keer op een haar na tot ‘ontaarde kunst’ verklaard; steeds waren er invloedrijke collega’s die dat fatale brandmerk wisten te verhinderen. Zij waarderen het zeer, en Distler kreeg steeds meer werk. Zo was hij in de jaren veertig docent compositie, koordirectie en orgel in Charlottenberg en dirigent van het Berlijnse staats- en kathedraalkoor. Maar de werkdruk, de luchtaanvallen en vooral de vijandigheid van de autoriteiten, die bleven dreigen met recrutering in het leger, ondermijnden Distlers geestelijke weerstand. Hij pleegde zelfmoord in 1942, nog maar 34 jaar oud. Ver weg van de idyllische wereld van zijn liefdesliedjes uit de jaren dertig.

Adriaen Willaert

Portret Adriaan Willaert

De Franco-Vlaamse renaissance componist Adriaen Willaert werd rond 1490 geboren in Rumbeke, nabij Roeselare. Hij was één van de zeven kinderen van Dionysius (Denys) Willaert, die in 1512 schepen was in Roeselare.

Willaert begon zijn academische reis met een rechtenstudie in Parijs, maar hij besloot uiteindelijk zijn hart te volgen en zich te wijden aan de muziek.

In Parijs ontmoette hij Jean Mouton, een vooraanstaande componist bij de Franse koninklijke kapel, qua stijl verwant aan Josquin des Prez, en ging bij hem in de leer.

Willaerts vroege stijl vertoont sterke gelijkenissen met die van Josquin, met vloeiende polyfonie, evenwichtige stemmen en veelvuldig gebruik van imitatie of strenge canon.

In juli 1515 trad Willaert in dienst van kardinaal Ippolito I d’Este van Ferrara. In 1522 bekleedde Willaert een positie aan het hofkapel van hertog Alfonso, en in 1525 blijkt hij volgens de overgeleverde documentatie in dienst geweest te zijn van Ippolito II d’Este.

Willaerts belangrijkste aanstelling kwam in 1527, toen hij werd benoemd tot maestro di capella van de San Marco basiliek in Venetië. Willaert zou deze functie blijven bekleden tot aan zijn overlijden, op 7 december 1562.

Naast zijn sacrale muziekstukken als directeur van de San Marco, componeerde hij talloze madrigalen, en wordt hij  beschouwd als een vooraanstaande Franco-Vlaamse madrigaal componist.

Zijn reputatie en prestige brachten ook met zich mee dat componisten van her en der in Europa naar Venetië afzakten, om bij hem in de leer te gaan. Willaert legde de lat hoog, zowel wat de compositie als wat de zang betreft, en stond dus garant voor de beste muzikanten van hun tijd.


Teksten


Lux

Lux aeterna luceat eis, Domine
Cum sanctis tuis in aeternum, quia pius es.
Requiem aeternam dona eis, Domine,
et lux perpetua luceat eis.
Cum Sanctis tuis in aeternum, quia pius es.

Laat het eeuwige licht op hen schijnen,
O Heer  voor eeuwig bij uw heiligen,
omdat Gij liefdevol zijt.
Schenk hun eeuwige rust,
O Heer; en laat het eeuwig licht op hen schijnen.
voor eeuwig bij uw heiligen,
omdat Gij liefdevol zijt.

These worlds threaten us
Like rustling grapes,
They hang like stolen cities,
Like golden stars, slurs,
Slips of the tongue, slanders.
(uit: ”Lines concerning the unknown soldier” door Osip Mandelstam, vertaling James Greene)


Totentanz en voordracht

De gezongen tekst van Distler’s Totentanz heeft de componist geselecteerd uit ‘Der Cherubinische Wandersmann’ van Angelus Silesius (1627 – 1677), een werk dat in totaal ruim 1.600 korte gedichten (epigrammen of aforismen) omvat. In de originele partituur wordt elk deel onderbroken door gesproken Duitse dichtregels. In plaats daarvan wordt een actuele tekst van Frederike Luijten voorgedragen, geschreven voor deze uitvoering.

“Wie ‘Der Cherubinische Wandersmann’ van Angelus Silesius hoort, kan geschrokken of gefascineerd zijn. Deze provocerende regels van de strijdlustige mysticus laten maar weinig mensen koud. De theoloog Karl Barth noemde de paradoxale beelden van Angelus Silesius ‘vrome brutaliteiten’. Alle controverses daargelaten, worden ze tot op de dag van vandaag beschouwd als hoogtepunten van de barokpoëzie.” Burkhard Reienartz

Hieronder is de gezongen tekst weergegeven, gevolgd door de teksten van Frederike.


Erster Spruch:
Laß alles, was du hast, auf daß du alles nehmst!
Verschmäh die Welt, daß du sie tausendfach bekömmst!
Im Himmel ist der Tag, im Abgrund ist die Nacht.
Hier ist die Dämmerung: Wohl dem, der’s recht betracht!

Zweiter Spruch:
Mensch, die Figur der Welt vergehet mit der Zeit.
Was trotz’st du dann so viel auf ihre Herrlichkeit?

Dritter Spruch:
Wann du willst gradeswegs ins ew’ge Leben gehn,
so laß die Welt und dich zur linken Seite stehn!

Vierter Spruch:
O Sünder, wann du wohl bedächtst das kurze Nun,
und dann die Ewigkeit: Du würdst nicht Böses tun!

Fünfter Spruch:
Dein bester Freund, dein Leib, der ist dein ärgster Feind,
er bind’t und hält dich auf: Dein bester Freund, so gut er’s immer meint!

Sechster Spruch:
Der Reiche dieser Welt, was hat er für Gewinn,
daß er muß mit Verlust von seinem Reichtum ziehn?

Siebenter Spruch:
Freund, Streiten ist nicht g’nug, du mußt auch überwinden,
wo du willst ew’ge Ruh und ew’gen Frieden finden!

Angelus Silesius – (geboren Johannes Scheffler, 1627 – 1677)

Achter Spruch:
Die Welt ist deine See, der Schiffmann Gottes Geist,
das Schiff dein Leib, die Seel ist’s, die nach Hause reist.

Neunter Spruch:
Das überlichte Licht schaut man in diesem Leben
nicht anders, als wenn man schier ins Dunkle sich begeben.

Zehnter Spruch:
Freund, wer in jener Welt will lauter Rosen brechen,
den müssen z’vor allhier die Dornen g’nugsam stechen.

Elfter Spruch:
Auf, auf, der Bräut’gam kömmt: Man geht mit ihm nicht ein,
wo man des Augenblicks nicht kann bereitet sein.

Zwölfter Spruch:
Mensch, wenn dir auf der Welt zu lang wird Weil und Zeit
so kehr dich nur zu Gott ins Nun der Ewigkeit.

Dreizehnter Spruch:
Die Seele, welche hier noch kleiner ist als klein,
wird in dem Himmelreich der schönste Engel sein.

Vierzehnter Spruch:
Die Seele, weil sie ist geborn zur Ewigkeit,
hat keine wahre Ruh in Dingen dieser Zeit.
Drum ist’s verwunderlich, daß du die Welt so liebst,
und aufs Vergängliche dich allzusehr begibst.


DODENDANS

I

het bleek geen nachtmerrie te zijn
dat het rijkelijk versierde bed door de vloer zakte
en het hout vanaf de poten tot het hoofdbord
door wormen werd weggevreten

hoe hij gretig greep naar het laatste stuk
dat van zijn rijkdom was overgebleven
hij enkel wilde weten of boven hem werd geknield
of er om zijn bezittingen werd gestreden

met zijn laatste kracht riep hij de dood bij zich
strekte zijn arm en rolde zijn vingers af
in ruil wilde hij nog heel even
enkel om zijn erfenis weg te geven

maar de dood, de dood danste
niet geïnteresseerd in zijn geld
of geamuseerd door zijn spijt
nee, de dood greep zijn hand

en danste om voort te bewegen

II

stilte was nooit een goed teken
zijn dromen gevuld met luid gebons
hartkloppingen pijnkreten en geschreeuw
zo wist hij het als geen ander

stilte was het lied van de dood
een zee die zich eindeloos uitstrekte
op het eerste gezicht kalm en vredig
maar adem hoort te klinken

om hem heen een windstilte
tevergeefs probeerde hij weg te roeien
van alle stemmen die zijn hulp vroegen
te doen alsof hij ze nooit hoorde

maar de dood, de dood stuwde
geruisloos en zonder blijk te geven
van alle zieken die hij ooit het graf in stuurde
de dood greep enkel zijn hand

en danste om voort te bewegen

III

in het donker verstreek de tijd onopgemerkt
ze zag geen zonsopkomsten noch zonsondergangen
toch voelde ze dat alles doorging met groeien
kende als geen ander het wortelen en het ontkiemen

hoe lang ze zelf al in de aarde zat wist ze niet
steeds harder voelde ze de druk tegen haar vingertoppen
als takken wilden ze reiken naar iets nieuws
de warmte van de zon of de damp van de wolken

ze dacht aan de aardbeien in haar tuin
hoe ze hen had gepland en had gelachen om hun vormen
de herinnering van haar leven klein en zoet
de koele aarde tegen haar vingertoppen

maar de dood, de dood brak de aarde open
net als alles wat ooit groeide schoot ze de lucht in
haar fysieke lichaam enkel voeding voor de bodem
de dood greep haar reikende hand

en danste om voort te bewegen

IV

het kind kwam tot hem in een wieg
warm en zacht zelfs vertrouwd en donker
maar een kind hoort enkel thuis
in de armen van een ouder

de dood liet overal slaapliederen klinken
liet de doden zingen in de grond en de lucht
maar het kind kon nog niet horen
en huilde evenmin

hij liet de doden op en neer wiegen
dansen als golven in een kalme zee
maar het kind kon nog niet voelen
en bewoog evenmin

dus de dood, de dood sterkte zijn armen
legde het kind er voorzichtig in
een handje reikte naar één van zijn vingers
en paste er maar net omheen

dus de dood, de dood danste
de dood danste om voort te bewegen

Frederike Luijten, stadsdichter van Tilburg 2023-2025 – foto: Anna Perger